brom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brom

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brom -
verkleinwoord brommetje brommetjes

Zelfstandig naamwoord

brom m [2] [3] [4] [5] [6] [7]

  1. (elektrotechniek) een laagfrequent (50-100 Hz) geluid (meestal ongewenst) [8]
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
brommen

brom

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brommen
    Ik brom.
  2. gebiedende wijs van brommen
    Brom!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brommen
    Brom je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal
  6. Woordenboek der Nederlandse taal
  7. Woordenboek der Nederlandse taal
  8. Woordenboek der Nederlandse taal


Koerdisch

Periodiek systeem der elementen (kur)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra **
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu

Zelfstandig naamwoord

brom

  1. (element) broom



Pools

Periodiek systeem der elementen (pol)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Uut Uup Uus Uuo
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr
Uitspraak
Woordafbreking
  • brom

Zelfstandig naamwoord

brom m

  1. (scheikunde), (element) broom
Verbuiging


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

brom m

  1. (element) broom
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen


Turks

Zelfstandig naamwoord

brom

  1. (element) broom