rad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rad raderen
verkleinwoord raadje
radje
radertje
raadjes
radjes
radertjes

Zelfstandig naamwoord

rad o

  1. (werktuigbouwkunde) een wielvormig voorwerp dat kracht overbrengt binnen een machine of op het water [2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Het vijfde rad aan de wagen zijn
het zonder deze persoon kunnen stellen
  • Iemand een rad voor de ogen draaien
iemand op gemene wijze bedriegen
  • Voor galg en rad opgroeien
vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarschijnlijk naar criminaliteit leidt
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rad radder radst
verbogen radde raddere radste
partitief rads radders -

Bijvoeglijk naamwoord

rad

  1. vlot, snel [3]
    • Mede dankzij zijn radde acties heeft hij haar leven kunnen redden. 
Afkorting

rad

  1. (wiskunde) de afkorting voor radiaal, een SI-eenheid voor hoek
  2. (natuurkunde) de afkorting voor radiation, een eenheid van geabsorbeerde radioactieve straling

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Pools

Zelfstandig naamwoord

rad m

  1. (scheikunde), (element) radium (Ra).
Afkorting

rad

  1. (wiskunde) radiaal.