bere

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Angelsaksisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

bere m

  1. gerst


Italiaans

Werkwoord

bere

  1. drinken


Middelnederlands

[1,2,3,4] enkelvoud meervoud
nominatief bere beren
genitief beren beren
datief bere beren
accusatief bere beren
[5] enkelvoud meervoud
nominatief bere beren
genitief beren beren
datief beren beren
accusatief bere beren

Zelfstandig naamwoord

bere [1]

  1. m beer, mannelijk zwijn
    • Hi hadde een soch, die wilde gaen te bere, also alse soge plien. 
  2. m beer, groot roofdier
    • Die grave quam als een wilt bere, di hadde des anders groten ghere. 
  3. m (militair) stormram
    • Voer Ravenstein, daer hi dede maken eenen beer, starc ende groot, daer di met dede groten noot, die waren binnen Ravenstein. 
  4. o leem, deeg, slijk, drek
    • Daar so stelde God ter weere, ende warpene int helsche beere 
  5. v bes, bezie
    • Wat es dat men soeter vint dan geperst beerkine, 
Schrijfwijzen
  • later beer


Verwijzingen

  1. Middelnederlandsch woordenboek van Eelco Verwijs, Jacob Verdam Deel 1, 1885 M. Nijhoff


Roemeens

Uitspraak
enkelvoud meervoud
nominatief en accusatief bere beri
lidwoordsvorm berea berile
datief en genitief berii berilor
vocatief bereo berilor

Zelfstandig naamwoord

bere v

  1. bier


Surinaams

Zelfstandig naamwoord

bere

  1. (anatomie) buik
  2. (anatomie) darm