stadspark

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stads·park
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stadspark stadsparken
verkleinwoord stadsparkje stadsparkjes

Zelfstandig naamwoord

stadspark o

  1. een park in een stad waar mensen kunnen recreëren

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie