stadsmuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stads·muur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stadsmuur stadsmuren
verkleinwoord stadsmuurtje stadsmuurtjes

Zelfstandig naamwoord

stadsmuur m

  1. ommuring van een stad ter verdediging tegen de vijand
    • De stadsmuur werd in de 19e eeuw gesloopt. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be