stedelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ste·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van stad met het achtervoegsel -lijk
stellend
onverbogen stedelijk
verbogen stedelijke

Bijvoeglijk naamwoord

stedelijk

  1. op de stad betrekking hebbend
    De stedelijke mens leeft een veel jachtiger leven.