havenstad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·ven·stad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord havenstad havensteden
verkleinwoord havenstadje havenstadjes

Zelfstandig naamwoord

havenstad v / m

  1. een stad met een haven.
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie