stadsmens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stads·mens
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stadsmens stadsmensen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stadsmens m [1]

  1. een persoon die in de stad leeft en zich daar thuis voelt
    • De kwetsbare bomen en bossen zijn de afgelopen dagen door veel lezers fel, emotioneel en overtuigend verdedigd. Maar lang niet alle argumenten sneden hout, om het zo eens te zeggen. Bomen zijn niet de beschermers van ons drinkwater (integendeel, noteert de FAO) en het staat nog lang niet vast of ze de fijnstofbelasting van de stadsmens verlagen (Janhäll in Atmospheric Environmemt, 2015) . Bomen dempen lawaai hooguit mondjesmaat en of hun zomerse koeling veel voorstelt valt nog te bezien. Bomen zijn ook niet belangrijk voor de zuurstofvoorziening. Wat ze aan zuurstof produceren, gaat weer verloren als ze na hun dood verrotten. [2] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen