commune

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·mu·ne
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord commune communes
verkleinwoord communetje communetjes

Zelfstandig naamwoord

commune v [2]

  1. woongemeenschap en leefgemeenschap
    in de zestiger jaren werd menige commune opgericht
  2. groep mensen die gezamenlijk de productiemiddelen bezitten en als eenheid bestuurd worden
    de kibboets was een vorm van een commune
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord.
commune

  1. verbogen vorm van de stellende trap van commuun
Gangbaarheid
95 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  commune     la commune     communes     les communes  

Zelfstandig naamwoord

commune v

  1. gemeente
  2. gemeenschap, commune