gemeente

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·meen·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gemeente gemeenten
gemeentes
verkleinwoord gemeentetje gemeentetjes

Zelfstandig naamwoord

gemeente v

  1. bestuurlijke eenheid in een staat, onder bestuur van een raad, een burgemeester en wethouders of schepenen
    • In zijn eigen gemeente is de burgemeester uitzonderlijk populair. 
  2. de gezamenlijke gelovigen van een bepaald kerkgenootschap of in een bepaalde kerk bijeen
    • De pastoor deed zijn uiterste best om aan de behoeften van zijn gemeente te voldoen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen