detailhandel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·tail·han·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord detailhandel detailhandels
verkleinwoord detailhandeltje detailhandeltjes

Zelfstandig naamwoord

detailhandel m

  1. (economie) de handel die tastbare producten direct aan consumenten verkoopt
    Bij ruim 20 procent van geïnspecteerde horecabedrijven en de detailhandel wordt de wet niet nageleefd. Het gaat daarbij om overtredingen als “illegale tewerkstelling, onderbetaling en te lang werken”. Dat meldt de Inspectie SZW dinsdag op basis van een onderzoek van 1.914 horecaondernemingen en 1.326 winkels.[1]
  2. (economie) een bedrijf die tastbare producten direct aan consumenten verkoopt
    De boekhandel, de slager, de bakker maar ook de supermarkt behoren tot de detailhandel.
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • NRC Casper van der Veen 5 juli 2016