drugshandel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drugs·han·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drugshandel -
verkleinwoord drugshandeltje drugshandeltjes

Zelfstandig naamwoord

drugshandel m

  1. (handel) de min of meer georganiseerde koop en verkoop van illegale drugs (bijvoorbeeld heroïne, cocaïne, opium en hasjiesj) zonder toestemming van de verantwoordelijke autoriteiten
    • Omzet Nederlandse drugshandel in 2017 geschat op 18,9 miljard euro [1] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. www.nu.nl 25 aug 2018
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be