sluikhandel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sluik·han·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sluikhandel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

sluikhandel m

  1. heimelijke handel die indruist tegen de bepalingen van een overheid
    • Het verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen heeft het nummer 003363 gekregen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.