handelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: handelnhandlen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·de·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudhoogduitse woord hantalôn.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
handelen
handelde
gehandeld
zwak -d volledig

Werkwoord

handelen

  1. (inergatief) iets doen, al of niet met de handen, optreden
    Zij handelden daarin erg onzorgvuldig.
  2. (inergatief) handel drijven
    De Nederlanders handelden met vele landen langs de kust van de Indische Oceaan.
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Deens

Woordafbreking
  • han·de·len

Zelfstandig naamwoord

handelen, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van handel
Schrijfwijzen


Noors

Woordafbreking
  • han·de·len
Naar frequentie 6499

Zelfstandig naamwoord

handelen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van handel


Nynorsk

Woordafbreking
  • han·de·len

Zelfstandig naamwoord

handelen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van handel