hendel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hen·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hendel hendels
verkleinwoord hendeltje hendeltjes

Zelfstandig naamwoord

hendel m / o [2]

  1. (techniek) beweegbaar handvat waarmee een apparaat wordt bediend
  2. vast gemonteerde handgreep
Hyponiemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal