handelsmerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·dels·merk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord handelsmerk handelsmerken
verkleinwoord handelsmerkje handelsmerkjes

Zelfstandig naamwoord

handelsmerk o

  1. (handel) vast herkenningsteken van een bedrijf
    • Een handelsnaam is wat anders dan een handelsmerk volgens mijn dochter die daar een scriptie over schrijft. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie