handelspost

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Nederlandse handelspost in Japan
Uitspraak
Woordafbreking
  • han·dels·post
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord handelspost handelsposten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

handelspost m [1]

  1. plaats of nederzetting waar men handel drijft
    • De gewone omgangstaal van de Nederlandse kolonisten en de inheemse bevolking bleef wel het Portugees, maar in formele situaties was het Nederlands gebruikelijk. Dat kwam omdat de Nederlanders niet enkel de handelsposten bewoonden, maar ook overheidsfuncties op zich namen in Ceylon.[2] 
    • Zo is een oude Mesopotamische handelspost in gevaar, net als een 4500 jaar oude stad waar duizenden kleitabletten werden bewaard. Ook een kapel met de oudste afbeelding van Jezus Christus wordt bedreigd, blijkt uit het rapport waarover The Washington Post zaterdag bericht.[3] 
Verwante begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 25 JULI 2017
  3. Volkskrant 20 december 2014
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be