handelswaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·dels·waar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord handelswaar handelswaren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

handelswaar v

  1. (handel) voorwerp bedoeld voor de verkoop
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.