verkoop
Uiterlijk
- ver·koop
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verkoop | verkopen |
| verkleinwoord | verkoopje | verkoopjes |
vérkoop m
- (handel) het verkopen (voor geld aan een ander geven)
- ▸ Ze haalt alle kleren uit haar kast en stopt ze in een linnen zak, samen met de overgebleven guldens van de verkoop van de kaart.[1]
- ▸ Voor Nella is het alsof ze vliegt, alsof deze merrie geen vlugge verkoop is van een vermoeide stalknecht die de hele nacht bier heeft geserveerd aan treurige oude mannen, maar Pegasus zelf, geboren uit het gespleten lichaam van Medusa.[1]
|
- Iemand (geen) knollen voor citroenen verkopen
iemand (niet) gemakkelijk kunnen bedriegen
- Iets voor een appel en een ei verkopen
voor een erg lage prijs verkopen
- Je moet de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is
men viert best de overwinning niet alvorens die heeft plaatsgevonden
| vervoeging van |
|---|
| verkopen |
verkóóp
- Het woord verkoop staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "verkoop" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- 1 2 Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Klemtoonhomogram in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Handel in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %