zeehandel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·han·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeehandel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zeehandel m

  1. economische uitwisseling via scheepvaart overzee
    • De Batavia staat voor de zeehandel die de Republiek grote welvaart bracht. 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.