markt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Markt, Lindengracht, Amsterdam
Uitspraak
Woordafbreking
  • markt
Woordherkomst en -opbouw
  • Van Latijn mercatus (markt), van Latijn mercari (handel drijven) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord markt markten
verkleinwoord marktje marktjes

Zelfstandig naamwoord

markt v/m

  1. (handel) plein of straat waar handelaren hun waar (3) aan de klanten verkopen
  2. (economie), (handel) de markt het geheel van omstandigheden waaronder gevraagde en aangeboden hoeveelheden van een bepaald product of een bepaalde dienst verhandeld worden tegen een bepaalde prijs
    Dat ligt goed in de markt.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
  1. marketing, beurs, vraag, aanbod
Spreekwoorden
  • van alle markten thuis
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl