ruilhandel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ruil·han·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ruilhandel
verkleinwoord ruilhandeltje ruilhandeltjes

Zelfstandig naamwoord

ruilhandel m

  1. handel zonder geld of ander medium maar door het direct ruilen van goederen of diensten
    Ruilhandel was voor de uitvinding van het geld de enige manier van handelen.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie