handvat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een emmer met een groen handvat.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·vat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord handvat handvatten
verkleinwoord handvaatje
handvatje
handvaatjes
handvatjes

Zelfstandig naamwoord

handvat o

  1. het deel van een voorwerp waarmee men het kan verplaatsen, optillen of anderszins hanteren
    Het handvat was afgebroken.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie