Naar inhoud springen

avondje

Uit WikiWoordenboek
  • avond·je

hetavondjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord avond
     Ik kwam tot de conclusie dat Pamela iemand was die haar buik rond eten met cervelaatworst op Leicester Square als een geslaagd avondje uit beschouwde.[1]
     Ik dacht dat we een gezellig avondje zouden hebben, maar opeens werd de doos van Bibi geopend.[2]
  1. Jessie Burton (vert. Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340