avondkleding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • avond·kle·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord avondkleding
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

avondkleding v

  1. (kleding) met avondfeesten gedragen kleding
    • Voor de gelegenheid was er avondkleding voorgeschreven. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.