avondkleding
Uiterlijk
- Geluid: avondkleding (hulp, bestand)
- IPA: / ˈavɔntˌkledɪŋ / (4 lettergrepen)
- avond·kle·ding
- samenstelling van avond zn en kleding zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | avondkleding | |
| verkleinwoord |
de avondkleding v
- (kleding) met avondfeesten gedragen kleding
- Voor de gelegenheid was er avondkleding voorgeschreven.
- ▸ Ik had zelf ook iets meer aandacht aan mijn outfit moeten besteden, bedenk ik. Maar Lot had gezegd dat we geen avondkleding nodig zouden hebben. Gelukkig zit er schuin voor ons een stel dat er ook heel casual uitziet.[1]
- Het woord avondkleding staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "avondkleding" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Kleding in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %