Naar inhoud springen

kerstavond

Uit WikiWoordenboek
  • kerst·avond
enkelvoud meervoud
naamwoord kerstavond kerstavonden
verkleinwoord kerstavondje kerstavondjes

de kerstavond m

  1. (kerst) de avond voor kerst op 24 december
    • Op kerstavond komen er vrienden bij ons eten. 
    ▸ Zij en Alice vierden kerstavond al jaren met anderen, dus moeder en ik waren met zijn tweeen.[1]
    ▸ 'Volgens mij moeten we nu vanavond geen grote beslissingen forceren,' zeg ik, nadat ik liefdevol heb verteld over die eerste kerstavond bij de Van Alphens.[2]
    ▸ Op kerstavond togen Bill en ik door de sneeuw naar een klein dennenbos aan de rand van het dorp.[3]
    ▸ Het is natuurlijk een zonde om op kerstavond te applaudisseren, gelukkig dat ik niet de moraal van mijn grootmoeder heb geërfd.[4]
  1. ↑
    Amanda Peters
    “De bessenplukkers” (2023), Ambo Anthos, ISBN 9789026368202
  2. ↑
    Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  3. ↑
    Lucinda Riley
    “De vlinderkamer” (2020), Xander Uitgevers, ISBN 9789401612074
  4. ↑
    Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044625691