avonddienst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • avond·dienst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord avonddienst avonddiensten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

avonddienst m [1]

  1. beroepsuitoefening in de avond
    • Zowel in Kampen als in Amersfoort noemt men het voorbeeld van de temperatuur van de koelkast. Dagelijks die temperatuur opnemen moet van de Inspectie, maar zulke dingen gaan af van de tijd met bewoners, zegt een medewerker van het Amersfoortse verpleeghuis De Lichtenberg. „Gisteren had ik avonddienst, sta ik de koelkast te temperaturen! Hoor ik op de achtergrond: zuster, zuster!” In IJsselheem vraagt men zich af waar dat voor nodig is: thuis neem je toch ook niet de temperatuur op van je koelkast? „Ik vond het mooi dat we ingingen op de vraag welke risico’s we willen accepteren”, zegt Van Rijn in de bus. „Tien jaar geleden was er een discussie over de veiligheid in verpleeghuizen, toen zijn er veel protocollen gekomen om incidenten te voorkomen. Het Zorginstituut wil nu meer aandacht voor de kwaliteit van leven, maar instellingen moeten dan ook zelf meedenken over wat ze kunnen schrappen.”[2] 
  2. godsdienstoefening in de avond
    • Frankrijk herdenkt dit weekend de aanslagen in Parijs op 13 november. Zondag bezocht president François Hollande met de Parijse burgemeester Anne Hidalgo alle zeven terreurplekken om gedenkplaten met namen van de 130 vermoorde mensen te onthullen. Ze gaan langs het Stade de France, de vijf bars en restaurants in het oosten van Parijs en de concertzaal Bataclan. De Notre Dame houdt een avonddienst.[3]  
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Floor Rusman 19 januari 2017
  3. NRC Menno Sedee 13 november 2016