avondmaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • avond·maal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord avondmaal avondmalen
verkleinwoord avondmaaltje [1] avondmaaltjes [1]

Zelfstandig naamwoord

avondmaal o

  1. de maaltijd die men 's avonds nuttigt
    • Wij eten 's-avonds zo lekker en uitgebreid dat we het avondmaal steevast een diner noemen. 
  2. (religie) de rituele viering van het laatste avondmaal dat Jesus met zijn leerlingen nuttigde voor zijn terechtstelling aan het kruis
    • In protestantse kerken wordt niet iedere zondag avondmaal gevierd. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
avondmalen

avondmaal

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van avondmalen
    • Ik avondmaal. 
  2. gebiedende wijs van avondmalen
    • Avondmaal! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van avondmalen
    • Avondmaal je? 

Verwijzingen