avondklok

Uit WikiWoordenboek
Elektronisch reclamebord met een aankondiging van de avondklok in Amsterdam


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • avond·klok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord avondklok avondklokken
verkleinwoord avondklokje avondklokjes

Zelfstandig naamwoord

avondklok v / m

  1. (politiek), (militair) verbod om zich op straat te begeven na een zekere tijd
    • De avondklok in Caïro wordt grotendeels genegeerd en ook niet door het leger afgedwongen. 
     Alle overheidsdiensten van Curaçao zijn woensdag de hele dag gesloten. De avondklok is vervroegd tot 11.00 uur plaatselijke tijd.[2]
  2. (geschiedenis) klok, met een eigen, herkenbare klank die in kloosters of steden werd geluid bij het vallen van de avond en die het tijdstip aangaf dat de poort tot de ochtend werd gesloten, zodat niemand erin of eruit kon
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 29 juni 2022 Weblink bron “Paniek op Curaçao door mogelijk eerdere aankomst tropische storm Bonnie” (29 juni 2022), NU.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be