koopavond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Enorme drukte in de Kalverstraat tgv de koopavonden voor St Nicolaas, Bestanddeelnr 911-8368.jpg
Uitspraak
Woordafbreking
  • koop·avond
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koopavond koopavonden
verkleinwoord koopavondje koopavondjes

Zelfstandig naamwoord

koopavond m

  1. een avond waarop de winkels geopend zijn en er dus inkopen gedaan kunnen worden als de meeste mensen niet werken
    • “Mensen winkelen anders dan ze vroeger deden. Op koopavonden komen er nu minder mensen naar de winkel. We passen onze bezetting daarop aan.” [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Joost Pijpker 20 januari 2016