post

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: post-Post

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • post
[1, 2] enkelvoud meervoud
naamwoord post -
verkleinwoord - -
[3-5] enkelvoud meervoud
naamwoord post posten
verkleinwoord postje postjes

Zelfstandig naamwoord

post v/m

  1. toegezonden materiaal, zoals brieven; poststuk - poststukken
  2. de posterijen en hun werknemers
  3. een boekhoudkundige term voor een geboekt (aantal) bedrag(en), uren of andere administratieve eenheden
  4. de stijl / het kader van een deur of raam
  5. een station
Synoniemen
Hyponiemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
posten

post

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van posten
  2. gebiedende wijs van posten


Engels

Zelfstandig naamwoord

post

  1. paal


Latijn

Voorzetsel

pŏst + accusatief

  1. achter
  2. na
    «Post bellum.»
    Na de oorlog.

Bijwoord

post

  1. daarna, later
  2. achteraan