kruispost

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kruis·post
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kruispost kruisposten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kruispost m

  1. (boekhouding) een grootboekrekening waarop alle overboekingen geboekt worden
    • Noord-Holland wil weten of de kasbeheerder meer heeft misdaan en schakelt de forensische accountants van Integis in. Onderzoek brengt aan het licht dat de man ook herhaaldelijk geld heeft opgenomen met een bankpas van de provincie. Hij beschikt daarover als beheerder van de kleine kas. Tussen 2011 en 2014 neemt hij zeventien keer bedragen op van 250 tot 500 euro, in totaal 8.250 euro. Die bedragen worden geboekt als ‘kruisposten’, maar worden nooit in de kas gestort. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. NRC Merijn RengersJorg Leijten 11 juli 2017 Corruptie en fraude in de provincies