postagentschap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • post·agent·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord postagentschap postagentschappen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

postagentschap o

  1. klein postkantoortje waar soms ook nog andere artikelen worden verkocht
    • Nadat het postagentschap drie keer was beroofd, hield de eigenaar ermee op 

Gangbaarheid