stuurpost

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

stuurpost van een tram
Uitspraak
Woordafbreking
  • stuur·post
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stuurpost stuurposten
verkleinwoord stuurpostje stuurpostjes

Zelfstandig naamwoord

stuurpost m

  1. plaats waar de chauffeur zit in een trein of tram
    • 'Door hun lage vloer zijn de nieuwe trams overal goed toegankelijk', klinkt het. 'Ze hebben één tot twee plaatsen voor rolstoelgebruikers vlakbij de stuurpost van de chauffeur. [1] 
    • Het ETCS-veiligheidssysteem 'garandeert een permanente controle en snelheidsbewaking van de treinrit en zorgt voor een automatische remming wanneer de trein voorbij een rood sein rijdt of zich niet aan de maximaal toegelaten snelheid houdt', zegt Infrabel in een persbericht. Niveau 2 voegt toe dat er voortdurend informatie wordt uitgewisseld tussen stuurpost en spoorinfrastructuur via het digitale communicatienetwerk GSM-R. [2] 
    • Normaal wacht de trein die richting Hamont spoort daar, tot de trein in omgekeerde richting in het station is aangekomen.’ ‘Donderdagavond reden er dus per uitzondering twee treinen tegelijk. Aan de trein die het dichtst bij het station stond, zaten gelukkig twee stuurposten. De achterkant van de trein werd de voorkant. De machinist wisselde van stoel en de twee treinen reden rustig het station van Neerpelt binnen.’ [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen