later

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ter

Bijvoeglijk naamwoord

later

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van laat
stellend
onverbogen later
verbogen latere
partitief laters

Bijvoeglijk naamwoord

later [1]

  1. verder verstreken in de tijd, nieuwer
  2. na verloop van zekere tijd
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Hoe later op de avond hoe schoner volk
Vertalingen

Bijwoord

later

  1. op een tijd die in de toekomst ligt ten opzichte van het besprokene
    • Dat zul je later wel begrijpen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.


Engels

Bijwoord

later

  1. straks
    1. Woordenboek der Nederlandse taal