later

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ter

Bijvoeglijk naamwoord

later

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van laat

Bijwoord

later

  1. op een tijd die in de toekomst ligt ten opzichte van het besprokene
    • Dat zul je later wel begrijpen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.


Engels

Bijwoord

later

  1. straks