postbode

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een postbode.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • post·bo·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord postbode postboden
postbodes
verkleinwoord postbodetje postbodetjes

Zelfstandig naamwoord

postbode m

  1. (beroep) postbeambte die post aan huis bezorgt
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie