lastpost

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • last·post
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lastpost lastposten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lastpost m

  1. iemand die veel hinder veroorzaakt
    • Jongens tussen de 10 en 25 jaar kunnen vreselijke lastposten zijn. 
Synoniemen
  1. lastpak

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.