WikiWoordenboek:GrootDictee/1990

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Dit is de tekst van het Groot Dictee der Nederlandse Taal van 1990. De auteur van het dictee is Kees Fens. De tekst is met de verouderde spelling van vóór 1996.

Artis[bewerken]

1. Onder de Noordeuropese dierentuinen komt Artis in anciënniteit na de fraaie dierentuin die in Londen de bezoekers in extase brengt.

2. Ook Artis behoort tot die zoölogische etablissementen die door hele families, baby's incluis, bezocht worden.

3. De papegaaienlaan, die naar de steile apenrots leidt, het jonge-mensapenhuis, het pinguïnverblijf en het oude berenpaleis zijn wijd en zijd gerenommeerd.

4. De verzorging van de levende have is altijd geroemd. 'Gij hadt het slechter kunnen treffen', zei koning Willem III, helemaal uit 's-Gravenhage gekomen, in 1875 tegen de rinoceros Jan, die zich nochtans zeer agressief toonde.

5. In het aquarium vormen de zeeëgels en de vissen uit het Middellandse Zeegebied het hoogtepunt; in de tropische-plantenkas is de kokospalm geen niemendalletje.

6. Artis biedt helaas geen weidse uitzichten met gazons die noden tot neervlijen; anderzijds is de tuin ook geen labyrint vol bosschages.

7. Ongewoon zijn de beelden van dinosauriërs, langs het hek tentoongesteld; in het midden van de tuin staat een pittoresk boeddhabeeld.

8. Bezoekers die Artis sinds jaren plachten te frequenteren en die nooit ertegen opzagen lijdzaam in een queue te wachten, willen nog steeds koste wat kost à raison van een fors entreegeld in de tuin recreëren.

9. De dieren huisden vroeger vaak alleen in zwaar getraliede, minuscule appartementen: een wildebeest, een przewalskipaard, een kasuaris; nu prevaleren groepsvorming en vrijheid boven het aantal soorten, al heeft Artis nog vele apesoorten in zijn collectie.

10. De tuin kan geen remplaçant zijn van de natuur, maar het voortbestaan van de wisent, de Europese bizon, is wel aan Artis te danken, een bijzonderheid die appelleert aan de gevoelens van elke rechtgeaarde dierenvriend.

11. Vind je dat een dierentuin de dieren in hun vrijheid beknot, zoals sommige actievoerende slimmeriken niet moe worden te stencilen, dan moet je je realiseren dat de attractieve accommodatie van de naoorlogse dierentuin althans veel diersoorten voor uitroeiing behoedt.