noden
Uiterlijk
- no·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| noden |
noodde |
genood |
| zwak -d | volledig | |
noden [3]
- verleiden tot, vragen om
- overgankelijk uitnodigen
de noden mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord nood
- ▸ Volgens premier Schoof was de paus "in alles mens onder de mensen". Dat schrijft hij op X. "De katholieke wereldgemeenschap neemt afscheid van een leidsman die de noden van deze tijd zag en benoemde. Met zijn diep doorleefde soberheid, dienstbaarheid en medemenselijkheid was paus Franciscus een voorbeeld voor zeer velen, ook voor niet-katholieken."[4]
- Het woord noden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "noden" herkend door:
| 85 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[5] |
- ↑ "noden" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ noden op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “Bedroefde reacties op dood van paus: 'Miljoenen mensen geïnspireerd'” (21 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 85 %
- Prevalentie Vlaanderen 95 %