Naar inhoud springen

noden

Uit WikiWoordenboek
  • no·den
  • In de betekenis van ‘verzoeken’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
noden
noodde
genood
zwak -d volledig

noden [3]

  1. verleiden tot, vragen om
  2. overgankelijk uitnodigen

denodenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord nood
     Volgens premier Schoof was de paus "in alles mens onder de mensen". Dat schrijft hij op X. "De katholieke wereldgemeenschap neemt afscheid van een leidsman die de noden van deze tijd zag en benoemde. Met zijn diep doorleefde soberheid, dienstbaarheid en medemenselijkheid was paus Franciscus een voorbeeld voor zeer velen, ook voor niet-katholieken."[4]
85 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[5]