wisent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Vanatori neamt.jpg
Uitspraak
Woordafbreking
  • wi·sent
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘herkauwer’ voor het eerst aangetroffen in 1145 [1]
  • uit het oudhoogduits[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord wisent wisenten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wisent m [3]

  1. Bison bonasus op Wikispecies Europese bizon
    • In natuurgebied de Maashorst, nabij Uden, zijn begin mei en begin juni vijf wisentkalfjes geboren. Het zijn de eerste wisenten die geboren zijn in dit Brabantse natuurgebied. De wisenten werden in maart 2016 uitgezet. Met de kalfjes erbij zijn er nu vijftien wisenten.[4] 
    • De wisent (een soort buffel), de zeearend en de wilde kat zijn er al. En met de vondst van een aangereden wolf lijkt het erop dat Nederland na anderhalve eeuw ook definitief weer wolven heeft. Maar daar blijft de bijzondere verzameling wilde dieren in Nederland niet bij, want vanuit Duitsland en Frankrijk rukken ook de jakhals en de lynx in rap tempo op.[5] 
Vertalingen

Gangbaarheid

56 % van de Nederlanders;
27 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen