vroeger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vroe·ger
stellend
onverbogen vroeger
verbogen vroegere
partitief vroegers

Bijvoeglijk naamwoord

vroeger [1]

  1. uit een vorig tijdperk
  2. in voorbije tijden
     Duidelijk blijkt dat de diepere betekenis voor ons nog even waardevol is. Voor de viering zullen wij, terugdenkend aan vroeger, zeker veel mogelijkheden vinden.[2]
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Vroeger was alles beter
Vertalingen

Bijwoord

vroeger

  1. (zoals) in het verleden.
    • Vroeger was er nog geen WikiWoordenboek. 
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

vroeger

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van vroeg
    • Ik ben vandaag vroeger opgestaan dan gisteren. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 7