realiseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·a·li·se·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
realiseren
realiseerde
gerealiseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

realiseren

  1. (overgankelijk) tot werkelijkheid maken
    Zijn droom werd daarmee eindelijk gerealiseerd.
  2. (overgankelijk) (muziek) een toon of serie tonen zo ten gehore brengen als het notenschrift dat voorschrijft
    Wat de componist hier neergeschreven heeft, valt toch op dit instrument nauwelijks te realiseren!
  3. (wederkerend) zich iets ~: bewust zijn van een bepaald feit
    Hij realiseerde zich niet dat deze weg doodliep.