realiseren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·a·li·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verwezenlijken’ voor het eerst aangetroffen in 1810 [1]
  • afgeleid van het Franse réaliser (met het achtervoegsel -iseren) [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
realiseren
realiseerde
gerealiseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

realiseren

  1. overgankelijk tot werkelijkheid maken
    • Zijn droom werd daarmee eindelijk gerealiseerd. 
     Ambities te over bij Bezos, maar op het podium presenteerde hij slechts een model. Voor het realiseren van zijn maanmissies, moet er nog veel gebeuren. Om maar wat te noemen: voor een veilige landing van Blue Moon is een nieuwe remraket nodig, die deze zomer getest zal worden.[4]
  2. overgankelijk (muziek) een toon of serie tonen zo ten gehore brengen als het notenschrift dat voorschrijft
    • Wat de componist hier neergeschreven heeft, valt toch op dit instrument nauwelijks te realiseren! 
  3. wederkerend zich iets ~: bewust zijn van een bepaald feit
    • Hij realiseerde zich niet dat deze weg doodliep. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen