helaas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·laas
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tussenwerpsel: uitroep van smart’ voor het eerst aangetroffen in 1548 [1]
  • Van het Franse hélas, wat teruggaat tot het oudere las en uiteindelijk het Latijnse lassus.

Bijwoord

helaas

  1. jammer genoeg, spijtig genoeg
    • We hebben er alles aan gedaan, maar het is helaas niet gelukt. 
    • Helaas voor de gevangene mislukte zijn vluchtpoging. 
     Helaas was er geen tijd om te genieten van het prachtige uitzicht want we moesten zo snel mogelijk de berg af zien te komen: het weer zou zo weer kunnen omslaan.[2]
Vertalingen

Tussenwerpsel

helaas

  1. een uitroep van spijt, ontgoocheling, verdriet
    • De rest ken ik niet. Helaas. 
    • Helaas, zo werkt dat kennelijk niet. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen