treffen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tref·fen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
treffen
trof
getroffen
klasse 3 volledig

Werkwoord

treffen

  1. (overgankelijk) raak schieten
  2. (wederkerig) bij elkaar komen
    Wij troffen elkaar in het restaurant.
  3. (inergatief) goed uitkomen
    Dat treft!
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • een schikking treffen
Vertalingen