gerenommeerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·re·nom·meerd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gerenommeerd gerenommeerder gerenommeerdst
verbogen gerenommeerde gerenommeerdere gerenommeerdste
partitief gerenommeerds gerenommeerders -

Bijvoeglijk naamwoord

gerenommeerd

  1. een goede naam hebbend, een goede reputatie hebben
    • De gerenommeerde boekwinkel kreeg veel klanten uit andere steden. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen