gekomen
Uiterlijk
- ge·ko·men
| vervoeging van: | komen… |
| geen verbogen vorm | |
gekomen
- voltooid deelwoord van komen
- ▸ 'Lieve mensen, in de eerste plaats wil ik jullie bedanken dat jullie hierheen gekomen zijn.[1]
- het is er nooit van gekomen
het is nooit gebeurt / het is nooit gedaan
- ∗ Ook Erik Zomerhuis (40) rijdt helmloos langs de gracht, zijn dochtertje Noor zonder helm voorop. Hij heeft wel nagedacht over het aanschaffen van een helm, toen Noor werd geboren, "maar het is er nooit van gekomen".[2]
- ter ore gekomen
toevallig gehoord, toevallig ergens mee bekend geraakt zijn
- ∗ Wist Joerie al dat we een prachtig familiebedrijf zijn? Ha Joerie, is het je ter ore gekomen dat we niet alleen oude panden restaureren maar binnenkort ook een samenwerking aangaan met de beroemde hippe architect Vero Roskamp? Joehoe Joerie, wij gaan het Torentje renoveren, dat lijkt me wel nieuws.[1]
- Het woord gekomen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- 1 2 Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑
Weblink bron Noor de Kort“Nederlanders willen geen fietshelm, maar dat gaat misschien veranderen” (16 april 2025), NOS