aantal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·tal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aantal aantallen
verkleinwoord aantalletje aantalletjes

Zelfstandig naamwoord

aantal o

  1. een onbepaalde, telbare hoeveelheid
    Een aantal mensen was niet gekomen naar het feest.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl