vrijheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[4]Symbool van de vrijheid.
Een vrijheid in actie.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrij·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van vrij met het achtervoegsel -heid
enkelvoud meervoud
naamwoord vrijheid vrijheden
verkleinwoord vrijheidje vrijheidjes

Zelfstandig naamwoord

vrijheid v

  1. het vrij zijn
    • In Nederland is er vrijheid van meningsuiting. 
  2. een privilege
    • Hij kreeg de vrijheid om zich artistiek te uiten. 
  3. (sport) een klein zeiljacht, gebouwd volgens de specificaties van de eenheidsklasse
    • Een vrijheid was een houten jacht, maar wordt nu ook van polyester gemaakt. 
  4. het in vrede kunnen leven
     Koning Willem-Alexander en koningin Máxima waren afgelopen weekend in Terneuzen. De koning gaf het startschot voor de viering van 75 jaar vrijheid. Want dit jaar is het 75 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd.[1]
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Bronlink Weblink bron nieuwsbegrip.nl “75 jaar vrijheid in Nederland” (2-9-2019), CED-groep