hoogtepunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoog·te·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoogtepunt hoogtepunten
verkleinwoord hoogtepuntje hoogtepuntjes

Zelfstandig naamwoord

hoogtepunt o

  1. bijzonder belangrijk of goed ogenblik
     Toch zijn wij er bijzonder aan gehecht, omdat het hier ter plekke naar het leven is geschilderd, toen de vioolvirtuoos op het hoogtepunt van zijn roem in dit hotel verbleef op doorreis naar bijval en furore aan de grote vorstenhoven van Europa.[1]
  2. (meetkunde) het snijpunt van de hoogtelijnen van een driehoek
  3. orgasme
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 15
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be