Naar inhoud springen

levende

Uit WikiWoordenboek
  • le·ven·de
vervoeging van: leven
verbogen vorm: levendee

levende

  1. verbogen vorm van levend, het onvoltooid deelwoord van leven

levende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van levend
     De boomgaard was zo weelderig dat je het een oerwoud zou kunnen noemen, en de lege fontein was veranderd in een levende bron, met de kruik van de sater overlopend van water.[1]
     Het lijkt wel de levende belichaming van Isaacs geschilderde velden.[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord levende levenden
verkleinwoord

delevendev/m

  1. iemand die in leven is
    • Hij was nog onder de levenden. 
     Je steelt niet de identiteit van een levende tijdens een asielprocedure.[2]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be